Koning Arthur

Voornaam:
Nieuw op deze site:

           
Maarten Luther    Werenfried    Profeet Nathan    Benjamin   

Arthur
Klik hier voor gratis te downladen telpatroon 48 x 32 kruisjes

Betekenis van de naam Arthur

De Keltische naam Arthur komt van het woord 'artos' dat Beer betekent.

Voornamen

Mannennamen afgeleid van Arthur :
Art, Arthur, Arthuur, Arthy, Artur, Arty.

Koning Arthur (in opbouw)

De vooral in België veel voorkomende voornaam Arthur komt niet van een heilige die te vinden is in de officiële heiligencanons.
Hij is vooral bekend geworden door de vele legenden onder andere uit de Arthur Romans waarin verhalen over Merlijn de Tovenaar, de legende over het zwaard in de steen, de ridders van de ronde tafel en de zoektocht naar de heilige Graal.
Tot op de dag van vandaag kent vrijwel iedereen het verhaal van koning Arthur, althans een versie van het verhaal. Er zijn in de geschiedenis namelijk voortdurend dingen aangepast, toegevoegd en weggelaten in het verhaal over deze mysterieuze koning en zijn ronde tafel.

De oudste mogelijke verwijzing naar koning Arthur stamt uit een 7e eeuws Welsh gedicht genaamd "Y Gododdin". Hierin schrijft de dichter Aneirin onder meer over een krijger uit het verre verleden die wel 300 vijanden had gedood. "Hij gaf de raven te eten, maar hij was geen Arthur", zo luidt een van de dichtregels. Vermoedelijk was dit een verwijzing naar de legende van koning Arthur, die volgens de overlevering nog veel meer doden op zijn naam had staan.

Het is niet makkelijk geschiedenis en legenden over koning Arthur uit elkaar te houden, maar de vraag is of het van belang is dat te doen, verhalen hebben hun waarde, zeker als ze door de eeuwen heen verteld blijven worden.
Eerst een duidelijke legende:

Legende van de uitverkiezing van Arrhur tot koning.

Als koning Uther Pendragon sterft weten de edelen niet wie ze als opvolger moeten kiezen Zij vragen de tovenaar Merlijn om raad. Ze belvenen hem dat ze zich aan zijn beslissing zullen houden.
Merlijn verzoekt hun op kerstdag bij elkaar te komen in de St. Stephenskerk in Londen. Daar krijgen ze te horen dat ze na de mis naar het kerkhof moeten gaan, waar op geheimzinnige wijze een grote steen is verschenen. Boven op de steen staat een groot aambeeld waarin een stalen zwaard is gestoken. Als ze naar het wonderlijke tafereel lopen, lezen ze een inschrift op het gevest van het zwaard. De tekst luidt dat alleen degene die het zwaard eruit kan trekken, koning mag worden.
De ridders vinden dat een uitstekende oplossing en doen om beurten hun uiterste best om het zwaard los te rukken. Het lukt hun geen van allen. Teleurgesteld gaan ze weer naar huis. De troon is nog steeds onbezet.
Er verstrijken heel wat jaren voordat Sir Hector naar Londen kwomt met zijn zoon Sir Kay en zijn pleegzoon Arthur. Sir Kay zal voor het eerst van zijn leven deelnemen aan een toernooi. Als hij op het veld aankomt, ontdekt hij tot zijn spijt dat hij zijn zwaard is vergeten. Arthur biedt aan het thuis te gaan halen. Het huis is echter op slot. Omdat hij per se een zwaard voor zijn broer wil meenemen, loopt hij het kerkhof op. Hij heeft vaak horen vertellen over het zwaard dat daar in een aambeeld vastzit.
Met groot gemak trekt hij het stalen wapen eruit.

Als hij het vermaarde zwaard met een zekere onverschilligheid aan Sir Kay geeft, ziet Sir Hector dat. Eerst is hij stomverbaasd, maar vervolgens vraagt hij aan Arthur hoe hij aan dat zwaard komt.
"Het zat in het aambeeld op het kerkhof," antwoordt Arthur. "Ik had haast en trok het eruit."
Sir Hector kan nauwelijks geloven wat hij hoort, en gaat snel naar de andere ridders om te vertellen wat er is gebeurd.
Samen met Arthur gaan ze naar het kerkhof en zijn er getuige van dat hij het zwaard eerst in het aambeeld terugsteekt en het er vervolgens weer uithaalt.
Dan zijn ze ervan overtuigd dat hij koning moet worden.

Het eerste echte verhaal over koning Arthur stamt uit omstreeks 1138 en is van de hand van de Britse schrijver Geoffrey van Monmouth. In zijn Historia Regum Brittaniae beschrijft hij het gehele leven van de legendarische koning en diens verovering van Groot-Brittannië op de Picten en de Schotten. Hierbij betrekt Geoffrey voor het eerst ook de karakters van de magiër Merlijn en Uther Pendragon, de vader van Arthur.

Verhaal met legendarische elementen Arthur is een Ierse prins. Samen met zijn vrouw Honora besluit hij de eenzaamheid op te zoeken om voortaan geheel aan God gewijd als kluizenaars te leven. Ze steken het Kanaal over en juist als ze bij de Blauwe Rots in Bretagne aan land willen gaan, komt er uit de naburige bossen een draak tevoorschijn die zich terugtrekt in een grot aan de voet van de Rots. Volgens de oude kronieken maakt het ondier de hele omgeving onveilig en niemand durft het te lijf te gaan.
Juist op het moment dat de draak zijn verwant Efflam wil aanvallen snelt Arthur hem te hulp gewapend met knots en schild. Al de tijd dat het gevecht duurt, bidden Efflam en zijn gezellen hardop voor hun dappere verdediger. Uiteindelijk weet Arthur het ondier te doden.
De overwinnaar heeft er een geweldige dorst van gekregen; dus gaat Efflam met verdubbelde ijver aan het bidden en slaat met zijn pelgrimsstaf tegen de rots daar ter plaatse. Plotseling springt er helder water tevoorschijn, waaraan de held zijn dorst kan laven. Deze wonderbaarlijke bron is nog altijd te bezichtigen bij Toul-Efflam op de uiterste westpunt van het strand. Arthur neemt afscheid van zijn neef en verdwijnt in de bossen bij de kust op zoek naar nieuwe avonturen.

In de middeleeuwen verandert de aard van de Arthurverhalen. Veel schrijvers bouwen voort op het werk van Monmouth, maar leggen de nadruk op andere zaken. Zo introduceert de Franse dichter Chrétien de Troyes het verhaalelement van de Heilige Graal en schrijft hij voornamelijk over personages als 'Lancelot', 'Parceval' en andere ridders van de Ronde Tafel. Daarnaast moet de heroïek uit de oude Welshe legendes in deze tijd steeds vaker plaats maken voor een nadruk op de romantiek. Hierdoor verdwijnt ook koning Arthur zelf steeds meer naar de achtergrond.

De Graal Artur en zijn ridders ontlenen veel van hun roem aan de Graal. De Graal duikt voor het eerst op in de laatste roman van Chrétien, Le conte du Graal (ca. 1190). Door zijn dood heeft hij het verhaal niet kunnen voltooien; na ruim 9000 verzen breekt het plotsklaps af. Bij Chrétien is de Graal een schotel die licht uitstraalt, in andere middeleeuwse verhalen is het de schotel die door Christus bij het Laatste Avondmaal werd gebruikt. Volgens een andere traditie ving Jozef van Arimathea in de Graal het bloed op uit Christus' zijde toen men hem aan het kruis met een speer stak. Deze Jozef zou de Graal naar Engeland hebben gebracht, waar hij wonderlijke mysteries veroorzaakte.
De zoektocht naar de Graal is het onderwerp van verschillende Arturromans. Heel wat ridders trekken er op uit om de Graal te vinden. Maar alleen een werkelijk volmaakte ridder kan die zoektocht volbrengen. Gevestigde namen zoals Walewein en Lancelot falen. Ondanks dat ze dapper en hoofs zijn, zijn ze niet in alle opzichten perfect. Walewein bijvoorbeeld wordt in de Graalromans getypeerd als een berouwloze zondaar, terwijl de onwettige verhouding met Guinevere Lancelot verhindert de Graal te vinden. Juist nieuwkomers aan Arturs hof lukt het om de Graalqueeste te voltooien. Een voorbeeld hiervan is Galahad, Lancelots zoon. Hij overtreft zijn vader in volmaaktheid en zuiverheid, waardoor hij slaagt in de zoektocht naar de Graal. Andere nieuwkomers en Graalridders zijn Bohort en Perceval.

Een oud handschrift vermeldt hoe Arthur tijdens een oorlog (slag van Bath) drie dagen een kruis draagt op zijn schouders en vervolgens de overwinning behaalt.

Volgens de Arthurromans heeft hij inderdaad een kruis moeten dragen. Niet in staat om de driften van de dierbare mensen om zich heen te beteugelen, moet hij herhaaldelijk zijn eigen familieleden bestrijden, omdat dezen het steeds op zijn troon en kroon hebben voorzien. Tenslotte dwingt zelfs de eer hem om de wapenen op te nemen tegen zijn beste vriend Lancelot, omdat deze er met zijn vrouw Guinevere vandoor is gegaan naar Bretagne.

Overigens vertellen Bretonse legenden dan weer, hoe in het gevolg van Arthur heilige mensen meekomen en in Bretagne het christelijke leven een nieuwe impuls geven door kloosters en kerken te stichten.

Volgens een bepaalde overlevering is Arthur begraven in het beroemde klooster van Glastonbury, dat op de plaats stond van het vroegere Keltische heiligdom 'Avalon', een paradijselijk rustoord waar men zich terug kon trekken om hemelse krachten op te doen, zolang men althans het goede nastreefde; anders zou je de toegang niet meer weten te vinden.
Een oude kroniek van dat klooster noemt Arthur 'een heilige die nooit als zodanig officieel is vereerd'. Volgens oude kronieken is koning Arthur gestorven op Pinksteren 542.

In de afgelopen eeuwen is er echter veel discussie ontstaan of de historische figuur van koning Arthur überhaupt wel heeft bestaan en of hij wel een Brit was. Zo menen enkele historici dat zijn legendes zouden zijn afgeleid van het leven van de Romeinse bevelhebber Lucius Artorius Castus, die stierf in de provincie Dalmatië in het hedendaagse Kroatië. Archeologen hebben daar inmiddels de villa van Castus ontdekt en zij hopen dat deze meer uitsluitsel kan geven over het mogelijke verband tussen de Romeinse bevelhebber en de legendarische koning Arthur.

Gedachtenis viering

Feestdag 6 oktober.

Afbeeldingen

Koning Arthur wordt dikwijls afgebeeld. Hij is meestal gekleed als koning met kroon en scepter, maar vaak ook in wapenrusting, zijn wapenschild met drie kronen hoort daarij.
Veel afbeelding toten scènes uit de Arthur Romans.

Klik hier voor gratis te downladen telpatroon 32 x 24 kruisjes

In de Great Hall van het Zuid-Engelse Winchester Castle houdt men de herinnering aan koning Artur levend door een grote ronde tafel, die als een reusachtige schietschijf aan de muur is opgehangen. In het verleden hebben velen zich aan deze tafel vergaapt, in de veronderstelling dat de legendarische koning er werkelijk aan had gezeten. Nauwkeurig onderzoek heeft echter aangetoond dat hij 'pas' in de dertiende eeuw werd vervaardigd en dus gemaakt moet zijn naar het voorbeeld van de verhalen die toen in omloop waren. De kleurige beschildering werd aan het eind van de vijftiende eeuw aangebracht in opdracht van Hendrik VIII, de eerste Tudorvorst.
De tafel toont koning Artur op zijn troon boven een witrode roos met daar omheen de woorden: Dit is de Ronde Tafel van koning Artur met 24 van zijn genoemde ridders. Verder is het blad verdeeld in witte en groene segmenten met de namen van de ridders aan de rand. De betekenis van deze beschildering laat zich gemakkelijk raden, omdat zowel de roos als de kleuren wit en groen naar het Tudorhuis verwijzen. Blijkbaar wilde Hendrik VIII zich voordoen als de rechtmatige opvolger van koning Artur en trachtte hij de tafel van Winchester voor zijn politieke doeleinden te benutten.



Koning Arthur en zijn grote vriend Lancelot


De ridders van de tafel ronde

  • Plaquette van Egino Weinert hier te bestellen
    (doorklikken "Namenspatronale" en letter K)

  • Links