Gerardus Majella

Voornaam:
Nieuw op deze site:

           
Maarten Luther    Ingrid    Theodora en Didymus    Aaron   

Klik hier voor gratis te downladen telpatroon 48 x 32 kruisjes

Betekenis van de naam Gerardus

Gerardus is de gelatiniseerde vorm van de Germaanse naam Gerard (of Gerhard).
Gerard is een samenstelling van de Germaanse woorden 'gêr' = "speer" en 'hard' = "sterk, dapper." De hele naam betekent dus "de sterke met de speer".
Majella is de achternaam van Gerardus. Betekent mogelijk: "afkomstig van de landstreek Majella" (in de Apenijnen).

Voornamen


Mannennamen afgeleid van Gerardus:
Gaard, Gaddo (Spaans), Galdo (Spaans), Gareth (Engels), Garith (Engels), Garrard (Engels), Garret (Engels), Garrey (Engels), Gary (Engels), Garron, Garry (Engels), Gary, Garyth, Geert, Geert-Jan (+ Johannes), Galdo (Spaans), Geerd, Geert, Gerad, Gerard, Gerardo (Spaans), Gerardus, Gerco, Gerd, Gerhard, Geri, Gerjan (+ Johannes), Gerjo (+ Johannes), Gerko, Gerran (+ Johannes), Gerrie, Gerrit, Gerry (Engels), Gert (Fries), Gertjan (+ Johannes), Geurt (Fries), Gradis, Majella, Sjraar (Limburg).

Vrouwennamen afgeleid van Gerardus:
Garda, Gardina, Geer, Geerdje, Geerke, Geerte, Geert, Geertje, Geke (Fries), Ger, Gera, Gerarda, Gerardina, Gerd, Gerda, Gerdi, Gerdie, Gerdien, Gerdina, Gerdita, Geretta, Gerharda, Geriette, Geriëtte, Gerike, Gerjanne (+ Johannes), Gerkje, Gerredina, Gerrie, Gerriet, Gerritje, Gerry (Engels), Gertia, Gertje, Geurtje (Fries), Gradannie (+ Anna).

Gerardus Majella, lekenbroeder Redemptorist (1726-1755)

Gerardus wordt op 23 april 1726 geboren in het plaatsje Muro Lucano, nabij Napels in Zuid-Italië. Een mooi dorpje maar erg arm, tot op de dag van vandaag.
Het gezin, waarin Gerardus geboren wordt, is ook niet erg bemiddeld maar toch gelukkig en van een diepe godsdienstigheid, die als vanzelfsprekend het hele leven doordringt.
Kleermaker Domenico Majella is getrouwd met Benedetta Galella. Het gezin telt al drie meisjes, als er een jongen geboren wordt.
Hij krijgt de naam van een ouder broertje, dat maar een week geleefd heeft: Gerardo. Er is bij de ouders duidelijk zorg om de gezondheid van de kleine Gerardus.

Behalve armoede, maakt Gerardus al vroeg kennis met verdriet. Hij is nog jong als zijn vader komt te sterven.

Als hij vier of vijf jaar oud is, komt hij, volgens een legende, herhaaldelijk thuis met een heerlijk versgebakken broodje. "Van een jongen gekregen op de weg van het kasteel", zegt hij dan tegen z'n moeder.
Later in het klooster, bij een bezoek van zijn zus Brigitte, zegt hij Gerardus: "Ik weet nu, dat die kleine jongen, die me brood gaf, Jezus zelf was".
"Dan moet je nog eens naar Muro komen, om Hem te zien", zegt Brigitte.
"Niet nodig", is het antwoord, "Ik vind Hem nu overal".

Na de dood van zijn vader moet hij de kost gaan verdienen en komt in dienst bij de kleermaker Pannuto.
Vooral de meesterknecht van Pannuto maakt een ongenadig gebruik van de kleermakerslat, om hem te bestraffen voor kleine fouten. Maar Gerardus is zeer boetvaardig en zijn ideaalbeeld is de lijdende Christus. Hij wil zelf zijn zoals Christus in zijn lijden. Zo laat hij als boetedoening zich gewillig afranselen. "Ook wij moeten sterven" is zijn slagzin. Die instelling bezorgt hem later de bijnaam "de dwaas van Muro".

Met even veel geduld als de stokslagen bij Pannuto verdraagt Gerardus ook het grillige, vulkanische karakter van Mgr. Albini, bisschop van Lacedogna, die hem later als knecht aanneemt.

Volgens een legende laat Gerardus op zekere dag de sleutel van het bisschoppelijk paleis in een put vallen. Snel haalt hij een beeldje van Jezus op en laat dat aan een touw in de put zakken. Als Gerardus het beeldje weer ophaalt heeft het Jezus kind de sleutel om de arm.


Als de bisschop overlijdt vestigt Gerardus zich in Muro als kleermaker. Het geld dat hij verdient besteedt hij aan zijn moeder en zusjes, maar ook een flink deel aan de armen van het dorp.
Gerardus weet wat hij wil: heilig worden, op Jezus lijken.
Daarom verdraagt hij alles en zoekt zware boetedoeningen om die te verrichten. Heel onverstandig: zijn gezondheid is toch al niet zo goed. Zijn oom, Gardiaan van de Kapucijnen, wijst hem dan ook af als Gerardus vraagt opgenomen te worden in zijn klooster; hij is immers veel te zwak voor het kloosterleven.
Maar het besluit, zich geheel aan God te geven, is al lang in hem gerijpt. En de H. Maagd Maria trekt hem naar het kloosterleven.
Eens op een zondag in mei wordt er in Muro een plechtige Maria processie gehouden. Zo'n processie is in Zuid-Italië één bonte feestelijkheid vol spontaan enthousiasme voor de Madonna. Als het beeld van de Moeder Gods langs gedragen wordt, springt Gerardus naar voren, steekt een ring aan Maria's hand en roept zo hard dat iedereen het horen kan: "Zie, ik ben verloofd met de Madonna!"

Zijn toewijding aan God en aan Maria is hem bloedige ernst, maar hoe moet dat vorm krijgen in zijn leven, als de kloosters hem weigeren?
Hij denkt het antwoord gevonden te hebben als de Redemptoristen in Muro missie komen geven.
Maar ook de Missie-Overste pater Cafaro weigert hem als broeder aan te nemen; om dezelfde reden als heeroom hem vroeger al heeft afgewezen.

Het leven in de jonge Congregatie van Don Alfonso de Liguori is immers hard! Wat moeten de Redemptoristen met deze magere en op het eerste gezicht wat onnozele jongen? Maar Gerardus houdt aan en als de missie voorbij is loopt hij de paters achterna, net zolang tot pater Cafaro bereid is hem naar het klooster van Deliceto te sturen. Met als duidelijke aanbeveling: "Hierbij stuur ik jullie een nietsnut."
Als hij thuis door het venster ontsnapt om zijn roeping te kunnen volgen, laat hij voor zijn wanhopige moeder een briefje achter met de woorden: "Ik ga een heilige worden".

Gerardus voelt zich in het klooster tegen alle verwachting in dadelijk thuis. En hij werkt voor vier, zeggen getuigen.
Omdat in het klooster de taken van de broeders telkens opnieuw worden verdeeld doet Gerardus alle mogelijke werkzaamheden.
Maar het langst en het liefst is hij koster. Opvallend is de ijver, waarmee hij kerk en sacristie schoonhoudt en nog opvallender is zijn gewoonte om heel veel te bidden. Dat zet hij ook 's nachts door, als hij er verlof voor krijgt. Op een nacht zien drie paters hem in extase voor de Madonna van Troost.


Vijf jaar na zijn intrede legt hij zijn eeuwige geloften af van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid.
Het duurt niet lang of in heel de streek gaan verhalen over Gerardus rond. Over genezingen op zijn gebed; over zondaars, voor wie de ontmoeting met Gerardus een volledige ommekeer in hun leven betekent. Hij heeft een diep inzicht in hun geweten en zo brengt hij velen tot een oprechte biecht.

Op bevel van pater Cafaro, die ziet hoe Gerardus zich uitput, gaat hij in plaats van zijn boetewerken zich meer op het geestelijke leven richten.
Vervolgens wordt hij uitgezonden om te helpen bij grote missies in steden en dorpen, het dagelijks werk van de paters Redemptoristen.

Intussen breidt de bewondering voor "de dwaas van Muro" zich uit. Mensen komen Fratello Gerardo opzoeken. Tijdens zijn reizen naar de plaatsen waar hij missies preekt worden mirakels aan zijn aanwezigheid toegeschreven.

Volgens een legende redt hij drie schipbreukelingen door met twee vingers het gammele scheepje aan wal te brengen.


Door zijn bescheidenheid en grote verering door de bevolking en vanwege zijn wondere gaven, proberen tegenstanders hem valselijk te betichten van kwalijke zaken. Maar daartegen verdedigt hij zich nauwelijks, zodat hij lange tijd gestraft wordt voor een seksuele aberratie waar hij zich helemaal niet aan heeft schuldig gemaakt.

In november 1745 wordt Gerardus naar het klooster van Caposele gezonden om er portier te worden. Als er een hongersnood uitbreekt vraagt hij toestemming om giften uit te delen. Dan deelt hij letterlijk alles uit wat er in huis is. De econoom van het klooster roept broeder Gerardus ter verantwoording, maar tot zijn grote verbazing blijkt de provisiekast nog volledig gevuld.

Zo ontstaat de legende van de Gerardus' broodvermenigvuldiging.

Gerardus wordt echter ziek door de jaren van boetedoening, uitputting en ontbering. Zes september 1755 denken zijn medebroeders dat hij sterven zal. Maar dan gebeurt er iets, dat alleen bij Gerardus verwacht kan worden. Hij krijgt een brief van pater Fiocchi, zijn vroegere rector. Deze schrijft, dat hij beter moet worden. En werkelijk, de volgende dag staat Gerardus op: de ziekteverschijnselen zijn verdwenen en hij doet enkele weken alles als van ouds.

Lang kan dit echter niet duren. Zijn lichaamskrachten zijn totaal uitgeput en op 5 oktober moet hij opnieuw blijven liggen. Nog tien dagen volgen van afmattende benauwdheid en pijn en van inwendig opgaan in het lijden van Christus. Hij noemt zich "met Christus vastgespijkerd aan de wil van God". Zijn laatste woorden zijn: "Mijn God, ik wil sterven om U te behagen. Ik wil sterven om uw wil te doen".
Om half twee in de nacht van 16 oktober 1755 sterft Gerardus, 29 jaar oud. Als de morgen aanbreekt, luiden de klokken van "Mater Domini" alsof het Paasmorgen is.

De devotie voor de uitzonderlijke "Fratello Gerardo" groeit en Gerardus wordt een populaire volksheilige.
Op 19 januari 1904 werd hij door paus Leo XIII zalig verklaard en reeds op 8 december van dat jaar verklaart de dan nieuwe paus Puis X hem heilig.

Patroonheilige

Patroon van: Kleermakers.
Hij wordt vooral aangeroepen door vrouwen die een kind wensen of zwanger zijn.

Gedachtenis viering

Op 16 oktober is de gedachtenis viering van Gerardus Majella

Bedevaartplaatsen

In europa zijn veel bedevaartplaatsen hem ter ere. In Nederland ligt de bekendste in Wittem, Zuid-Limburg (NL).

Martyrologium Romanum

Décimo séptimo Kaléndas Novémbris:
Muri, in Lucánia, sancti Gerárdi Majélla, Confessóris, Láici proféssi Congregatiónis a sanctíssimo Redemptóre nuncupátae, quem, miráculis clarum, Pius Décimus, Póntifex Máximus, Sanctórum albo accénsuit.

In het Nederlands:
16 oktober:
Te Muro in Italië Sint Gerardus Majella belijder en geprofest lekenbroeder van de congregatie van de Allerheiligste Verlosser. Geëerd wegens verrichtte wonderen werd hij door paus Pius X op de lijst der heiligen geplaatst.

Afbeelding

Klik hier voor gratis te downladen telpatroon 32 x 24 kruisjes
Gerardus Majella wordt meestal afgebeeld in het zwarte habijt van de Redemptoristen met witte boord en rozenkrans aan de riem. Een zwart schoudermanteltje kan daarbij horen.
Dikwijls heeft hij een kind bij zich dat hem een broodje aanreikt (zie de legende).
Ook worden vaak de attributen toegevoegd die wijzen op zijn meditatief ingestelde karakter: bijbel, kruis, lelie en doodshoofd.
Soms zien we hem wel met het kruisbeeld aan de borst zoals de Redemptoristen wel hadden tijdens de prediking van de zogenaamde missie, een soort bezinnigsdagen met een hele parochie. Het plaatje dat de redding van het bootje uitbeeldt is daar een voorbeeld van.



Plaquette van Egino Weinert
(doorklikken "Namenspatronale" en letter G)

Spreekwoorden

  • Bekend liedje: "Dat gaat naar Den Bosch toe zoete lieve Gerritje..."
  • Plantennamen

    Het niet door elke tuinier gewilde kruid "zevenblad" wordt ook wel Gerarduskruid genoemd. De plant draagt echter niet de naam van Gerardus Majella maar die van een abt uit de achtste eeuw.

    Literatuur

  • Jo Claes e.a.: Sanctus, meer dan 500 heiligen herkennen, pag. 139;
  • Links

  • Heiligen Net
  • Op de Duitstalige site Heiligenlexicon meer informatie over Gerardus Majella.
  • Wie meer wil lezen over het leven van onze patroonheilige kan surfen naar Mary pages.
  • Op de site van de paters Redemptoristen vindt U veel meer over deze Heilige.